logo


Toen ik eraan dacht mijn website te lanceren, wilde ik een positief artikel schrijven over kunst en cultuur. De actualiteit besliste er echter anders over, maar nu hebben jullie tenminste een idee waarover mijn volgend stuk zal gaan.

Dit weekend stond er een andere De Clerck in het oog van de storm. Stef aka Padre heeft in een interview in de De Tijd uitgelegd waarom hij vast houdt aan zijn uittredingsvergoeding. Uiteraard zijn er thuis veel gesprekken geweest over dit thema voor hij het aan de krant voorlegde. Iedereen in het gezin wist dat dit ophef ging veroorzaken.
Er werd mij aangeraden om mij hier niet over uit te spreken. Ik zou hier niets mee te winnen hebben. Dat klopt hoogstwaarschijnlijk. Het wordt één van mijn eerste lessen in de politieke praktijk: de bluts met de buil nemen.

De knobbel ligt  in wat wettelijk je recht is en wat maatschappelijk aanvaard wordt. Het is een spanning die we wel vaker zien terug keren in maatschappelijke debatten. Diezelfde spreidstand vind je volgens mij ook terug in de discussie over Navid. Volgens de wet moet hij weg, ons hart ziet in hem een schoolvoorbeeld van integratie.

Ook in de debatten rond de uittredingsvergoeding, die we nu toch al een paar jaar voeren, voel je de spanning tussen het wettelijk kader en het maatschappelijk aanvoelen. In de werkgroep Nieuwe Politieke Cultuur die ik bij Jong CD&V voorzit, hebben we hierover al een aantal keer gesproken. Het is een discussie die breed leeft en die ik graag aanga zonder te focussen op de personen in kwestie. Ik reken alvast op dezelfde mediatieke aandacht als wij onze uiteindelijke teksten willen presenteren. Het ligt uiteraard gevoelig om hierover uitspraken te doen. Ik ben de zoon van mijn vader en ik zal hem door dik en dun steunen. Ook nu krijgt hij mijn steun, maar dat wil daarom niet zeggen dat ik geen eigen idee mag hebben over hoe we de politiek organiseren.

Er moet mij echter eerst iets van mijn hart. De afgunstcultuur in onze maatschappij baart me even veel zorgen als de graaicultuur. De ongelooflijke bagger die mensen te verduren krijgen omdat ze met hun hoofd boven het maaiveld komen vind ik angstaanjagend. Ondernemers worden als gangsters behandeld omdat ze geld verdienen en politici die zich gedurende bijna 25jaar inzetten voor de maatschappij krijgen opeens het verwijt graaiers te zijn. Opeens is de jarenlange inzet voor de maatschappij van geen tel meer. Excessen moeten worden aangekaart, maar de slinger slaat wat door. Enige vorm van nuance en objectiviteit mogen op zo een moment blijkbaar overboord worden gegooid om mee te surfen op de waan van de dag. Je zou je eigenlijk afvragen waarom iemand ooit nog voor de politiek zou willen kiezen.

Degene die momenteel hun opzegvergoeding opnemen, doen niets verkeerds. Het is eigen aan het statuut van de politicus dat hij of zij dit kan doen. Het is zoals men dat noemt een verworven recht en dus onderdeel van de verloning van een politicus. Zoals arbeiders en bedienden bepaalde verworven rechten hebben, heeft de politicus dat ook. We kunnen dit collectief een schande vinden, maar dit is de wet. We kunnen niet verwachten van mensen die binnen dit statuut werken, dat ze al hun rechten laten vallen.
Dit gezegd zijnde vind ik dat een correcte discussie over de verloning van politici dringend nodig is. Laten we de discussie echter niet focussen op de personen, maar de regels waarin zij werken. Een aanzet zou kunnen zijn dat parlementsleden  alleen recht hebben op een uittredingsvergoeding wanneer zij het parlement onvrijwillig verlaten. Wanneer zij hun assemblee vaarwel zeggen omdat zij een beter alternatief gevonden hebben, zou hun recht op het krijgen van een uittredingsvergoeding kunnen vervallen. Men zou er ook voor kunnen kiezen om bij de politieke benoemingen, die een persoon kan aanvaarden of weigeren, de opzegvergoeding ‘on hold’ wordt gezet zolang er inkomsten zijn uit een andere activiteit. Het precieze bedrag van deze vergoeding moet voorgelegd worden aan een ‘extern comité van wijzen’. In dit kader lijkt het ook aangewezen dat de verschillende parlementen in ons land een uniforme regeling afspreken.

Laten we ons dus vooral richten op de toekomst en de regels aanpassen waar nodig. Er lijkt over partijen heen een consensus te bestaan, dus dit zal vast en zeker snel gebeuren.

Ik zal mijn vader blijven steunen. Zeker nu. Hij neemt op waar hij recht op heeft. Maar ik zal me ook inzetten om die regels te veranderen. Zoals mijn vader me zelf zei: “indien de regels aangepast worden, wil ik dit retro-actief aanvaarden.”

Ik zal ondertussen verder bouwen aan mijn eigen pad.  Om de legendarische woorden van mijn zus Marie te parafraseren: 50% De Clerck, 100% Felix.

Leave a Reply

*

captcha *